Indo-Malay.reismee.nl

Taal

Ik had jullie nog beloofd iets te vertellen over de taal en dan bedoel ik natuurlijk Bahasa Indonesia (bahasa betekent gewoon 'taal'), maar ik ga het uitbreiden met een beetje bahasa Malay ofwel grof gezegd 'bahasa Malayu'. Malayu klinkt in mijn oren een beetje denigrerend, maar dat zijn de fijne nuances waar de postkoloniale buitenlander geen weet van heeft.

Trouwens, ik zit nu op Langkawi, het hoofdeiland van een eilandengroep in de noordelijkste staat van Maleisie, dicht tegen de Thaise grens aan. Ik ben totaal uitgereisd, heb nergens meer zin in, behalve in een paar dagen lekker luieren aan het strand. Het strand is hier trouwens ongelooflijk mooi: spierwit, schoon, diepblauw water en geringe golfslag. Lekker een paar dagen gewoon lui liggen braden in de zon. ik heb alles gezien wat ik zien wou tot en met krokodillen op de zandbank, wilde olifanten aan de kant van de rivier en zwaaiende en slingerendelangneusapen in de bomen. Over deze apen valt trouwens heel veel te vertellen en ik kan de verleiding bijna niet weerstaan om het te gaan doen ook! Maar eerst de taal!

Bahasa Indonesia is een taal die is afgeleid van het zg. pasarmaleis. In dit eilandenrijk worden vele talen gesproken en om elkaar te kunnen verstaan hadden de zeelieden (het waren hier natuurlijk allemaal zeevaarders) een makkelijk taaltje verzonnen, dat was het pasarmaleis. Dit taaltje werd overal gesproken en verstaan en in de koloniale tijd kwam het in de Nederlandse huishoudensgoed van pas, want de taal was een voudig en makkelijk aan te leren. Maar het was grof en het klonk ook een beetje grof en dus groeide de behoefte aan een wat verfijnder taal: bahasa Indonesia, voortgekomen uit pasar maleis. Toen Indonesie zelfstandig werd in 1948 (volgens de Indonesiers 1945, maar dat is zeer omstreden), werd deze taal ingevoerd als de officiele voertaal van Indonesie. Ik heb het op school ook nog moeten leren en in mijn oren toen, klonk het heel raar. Het klonk als boekentaal en erg geconstrueerd. Je zou het toen niet in je hoofd halen om zo spreken, bijv. tegen de bedienden! Wat zouden die je raar aangekeken hebben. Toen ik 25 jaar later terug kwam in Indonesie, bleek de taal volledig ingeburgerd te zijn (hele prestatie) en dorst ik mijn mond niet open te doen, vanwege het grove pasarmaleis dat er misschien uit zou rollen.

Maar nu de taal: overal in de stad, op straat, in openbare gebouwen, in de spreektaal, overal herken je Nederlandse woorden. Soms nauwelijks herkenbaar (mesin van machine of losmen van logement), soms letterlijk overgenomen (bijv. knalpot of stopkontak) en soms een herkenbare verbastering (parkir bus of halte bus). Trouwens die 'u' dat is ook zoiets. Men heeftbij de invoering van de bahasa Indonesia de nederlandse spelling afgezworen en vervangen door een eigen Indonesische spelling, waarbij men naar mijn smaak vreselijk inkonsekwent te werk is gegaan. De nederlandse 'oe' werd vervangen door 'u' zodat ze bus dus eigenlijk zouden moeten uitspreken als boes. Maar nee, ze zeggen bus zoals wij dat zeggen, terwijl ze de U-klank helemaal niet kennen. Vroeger zeiden ze dan ook 'bis'ipv bus. Maar ja, taal is nu eenmaal taal.Sommige vrouwen noemen elkaar trouwens ook 'zus' en niet soes! En zo kan ik nog eindeloos doorgaan: het nederlandse 'tj' werd vervangen door'c'. Hetwoord wassen (vroeger tjoetji) wordt nu geschreven als cuci, terwijl het woord 'cafe' gewoon als kaffee wordt uitgesproken en niet als tjaffee. Inconsekwent, toch?Op een geven ogenblik ben ik foto's gaan maken op straat,iedere keer als ik een nederlands woord meende te herkennen. Maar daar ben ik snel mee opgehouden, want dan kon ik om de twee minuten mijn camera te voorschijn halen. Kijk zelf maar op de foto's.

En zo staat de bahasa Malay stijf van de Engelse invloeden. Het Engelse 'station' bijvoorbeeld is in het maleis geworden 'stesen' tegenover 'setasiun' (herken je het nederlands?) in het Indonesisch. Politie is in maleisie 'polis' tegenover in het Indonesisch 'polisi'. Ik kan nog eindeloos doorgaan over de verschillen in beide talen. Ook uitspraak en accent is zo verschillend, dat ik het maleis in Maleisie nauwelijks kan verstaan. Trouwens voor sommigedingen hebben ze compleet andere woorden, bijv. 'bilik' voor kamer, terwijl dat in het Indonesisch 'kamar' is. Ze hebben weliswaar een taalunie, zoals wij dat hebben met belgie, maar de verschillen zijn toch erg groot, vind ik. Zelfshanteren ze soms een andere spelling. Kortom: taalunie? Waarom eigenlijk?

de laatste dagen

Ik heb het gevoel, dat ik de nu de laatste dagen van mijn reis opsoupeer. Zit nu in Kota Kinabalu, de hoofdstad van Sabah. Onwaarschijnlijke tegenstelling met waar ik net vandaan kom. Heb drie dagen in de middle of nowhere gezeten, midden in de rimboe! Een plek waar je vanuit Kuching alleen per vliegtuigje kon komen. Ik heb daar gelogeerd in een eco-lodge, helemaal alleen. Ik was de enige gast, terwijl in het naastliggende resort een drukte van belang was. Waar ik zat heb ik genoten van de rust. 's-Nachts was het er pikkedonker en om me heen hoorde ik alleen de geluiden van de jungle. Heb daar heel indrukwekkende grotten bezocht, zo groot, dat daar de Notre Dame makkelijk in zou passen, maar het meest indrukwekkend vond ik 's-avonds het uitvliegen van miljoenen vleermuizen. De hemel kleurde zwart van de vleermuizen en in slierten kolkten ze al draaiend groepsgewijs de lucht in. Ze draaiden en zigzagden de grotten uit om hun belagers (roofvogels) te ontwijken.

En nu zit ik dan in Kota Kinabalu, een grote dure stad. Onwaarschijnlijk vind ik de welvaart hier. Grote luxe winkelcentra, dure auto's, duur geklede vrouwen, restaurants puilen uit. Waar halen ze toch het geld vandaan? Maleisie is al lang geen derde wereld land meer, als je dit ziet. Hierna ga ik nog een paar dagen weer de rimboe in, daarna misschien een paar dagen lux luieren aan het strand van Langkawi en vervolgens weer terug naar mijn vertrouwde omgeving. Intussen sta ik er verbaasd van te kijken, dat zo velen uit Europa de weg hiernaartoe hebben kunnen vinden. Nederlanders, Fransen, Duitsers, Polen, Russen, ze zijn er allemaal. Maleisie biedt ze een ecotoerisme aan in de jungles.De Maleisieris zich zeer bewust van de rijkdom van de natuur. Ze zijn er zuinig op, maar ze exploiteren het ook! Slim bekeken!

Orang Oetans

Eindelijk, eindelijk! Waar ik voor gekomen ben is gebeurd: ik heb oog in oog gestaan met een orang oetan, letterlijk vertaald:een bosmens! Of nou ja, oog in oog . . . .oogcontact is streng verboden, want dan weet je nog niet wat er gaat gebeuren. Misschien hetzelfde als met dat hollandse mokkel in Rotterdam, dieBokito diep in de ogen keek! Nee, oogcontact moet je vermijden, je mag geen lawaai maken, geen etenswaar meenemen en je moet je rustig gedragen. Logisch, vind ik, maar ja . . ik begrijp ze!

Maar zonder gekheid, het was indrukwekkend. Het zijn heel rustige kolossen, die zich niets aantrekken van de mensenmenigte die ze bekijkt. Ze gaan gewoon hun eigen gang en als ze dat willen, komen ze heel dicht bij je tot grote schrik van de altijd aanwezige rangers. Zo liet er zich een uit de boom zakken en kwam rustig mijn richting uit slingeren. De ranger verstijfde en gebaarde me dat ik langzaam achteruit moest stappen en geen plotseling bewegingen moest maken. Toen ging hij (de o.o) rustig op de leuning van het platform zitten op nog geen vier meter afstand bij me vandaan. Van zo dichtbij had ik er nog nooit een gezien, kolossaal. Van schrik dorst ik geen vin te verroeren, laat staan foto's maken! De ranger kwam kalm dichterbij, ging tussen de o.o en mij in staan en reikte hem een banaan of zo iets aan! Ik was zo verbouwereerd, dat ik verder maar geen foto's heb gemaakt. Trouwens, met trillende vingers van schrik was het me toch niet gelukt. Stond er een blond vrouwtje naast me en die vroeg de ranger of ze vrijwilligerswerk kon doen. Mijn mond zakte open van verbazing, vrijwilligerswerk?! Zeker dat Rotterdamse mokkel? Ze keek me aan en toen zakte haar mond open van verbazing! 'I know you-ou,' kraaide ze, 'where do I know you from? Take of your cap!' Enfin, om een lang verhaal kort te maken: wij hadden elkaar in Kuala Lumpur leren kennen en omdat er een klik was tussen ons, hadden we besloten samen verder te trekken. Ze gaf me de naam van haar hotel, maar wist geen adres. Dus ik dezelfde avond nog op zoek, zonder resultaat. Zelfs de politie wist het adres niet te achterhalen. 'nou ja', dacht ik 'dan heeft ze pech gehad. Jammer voor haar!' En nu stond ze dus voor mijn neus tussen de orang oetans! Rank, slank en blond. Best een leuk grietje! Dus, vanaf dat moment weer contact, afspraakjes, samen eten etc. etc. Maar toch ben ik achteraf blij, dat ik niet eerder met haar ben opgetrokken. Ze is toch wel een beetje een bitch! Nu is zij naar Singapoer vertrokken en ga ik verder naar het noorden.

Dajaks . . . !!!! . . . Pas op je hoofd . . .!!!

De afgelopen drie dagen doorgebracht bij de Dajaks van Borneo, samen met mijn vlaamse medereizigers! We gingen er met bonzend hart heen, want je weet maar niet wat er allemaal gebeuren kan, midden in de nacht, diep in het oerwoud! Nou . . . . we waren als kaaskop niet in trek, hoor! Ach, en trouwens, het zijn tegenwoordig heel beschaafde mensen, die gewoon kunnen lezen en schrijven en zelfs kunnen kaart lezen en autorijden! Maar wat een belevenis!

Eerst een autorit van vier uur de bergen in, richting Indonesische grens, toen een bootje in zo rank en slank als een uitgehold potlood. Verder stroomopwaarts ging het, dwars door het oerwoud, langs stroomversnellingen, onder overhangende bomen door, soms leken de bomen wel een tunnel te vormen. Dan werd de rivier weer heel breed en dan weer heel smal. We werden er helemaal stil van, zo indrukwekkend was het! Na ongeveer een half uur bereikten we de aanlegplaats en konden we uit het wankele bootje stappen en de steile oever opklimmen. We waren aangekomen op een open plek, waar de grond was aangestampt of platgelopen, hier en daar kippen en overal hanen, die om het hardst kraaiden. Later bleken die aan een touwtje om hun poot vast te zitten, want het waren vechthanen. En hoog tegen de heuvel: de rumah panjang (the longhouse) op palen! Elke dajakstam woont met de hele gemeenschap in één langgerekt huis, waarbij ieder gezin weliswaar zijn eigen ruimte heeft, maarmet een gemeenschappelijk terras over de gehele lengte van het huis en een gemeenschappelijke voorgalerei, die als algemene huiskamer dient. Eigenlijk een heel lang rijtjeshuis op hoog nivo met een hele lange huiskamer en een heel lang terras, waar alle deuren op uit komen. Het langhuis (waar wij te gast waren in een afzonderlijk gebouwtje), had 24 deuren. Dus er woonden 24 gezinnen. De gesnelde koppen hingen bij elkaarin de gemeenschappelijke ruimteop een plaats waar zij nog steeds hun ceremoniën hielden bij speciale gebeurtenissen. Zij geloven nog steedsdat die koppen hun bescherming biedt tegen kwade invloeden. Hoe meer gesnelde koppen, hoe beter de beveiliging dus! En ook, hoe meer gesnelde koppen de man, hoe mannelijker de man! Maar, wat zag ik tussen de deuren: kruisbeelden, plaatjes van Maria en Jozef enandere roomskatholieke heiligen! Onder invloed van het koloniale bewind is het koppensnellen natuurlijk reeds lang verboden, behalve toen de Japanners Borneo bezet hadden. Toen hebben de Engelsen het juist weer aangemoedigd en met resultaat) heb ik begrepen! Dus tussen al die doodshoofden zal er vast wel een Japanse kop gezeten hebben! Maar ja, niet meer als zodanig herkenbaar. s´Avonds na het eten werden we onthaald op hun rituele dansen, wild en opwindend! De housebeat is er niks bij! Als je er gevoelig voor bent zoals ik, kun je er van in trance raken. Gelukkig hield het op tijd op, anders was ik mee gaan dansen!

Bako National Park

Vandaag een tocht gemaakt naar een schiereiland ten noorden van Kuching, waar het oudste nationale park van Serawak ligt. Eerst een uur met de auto, toen met een longtailboot ongeveer een uur stroomafwaarts varen. De riviermonding werd steeds breder en wijder en de golven hoger. We kwamen al aardig dicht in de buurt van het open water van de Zuid-Chinese Zee.We moesten wel een zwemvest om, maar ik bedacht datje daar niet veel aan had, want volgens mij wemelde het hiervan de krokodillen. Dat ismeestal het geval in het brakke water van riviermondingen.Ik zei maar niets tegen mijn Vlaamse reisgenoten, want Karin zag al een beetje bleek om haar neus en Ruud, haar echtgenoot, hield zich krampachtig vast aan de zijkant van het smalle, ranke bootje . . . . .alsof dat hem redden kon!! Gelukkig kwam eindelijk de plek in zicht waar we aan land zouden gaan. Schoenen uit, broek opstropen en door het water waden naar de kant! Wat een verrassing! Er bleek hier een hele nederzetting te liggen van verblijfsaccomodatie voor de rangers en ook voor bezoekers, die een nachtje wilden blijven. Aan alle kanten hoorde je allerlei vogelgeluiden. Apen (brutale langstaart makaken) keken je onderzoekend aan en de wilde zwijnen liepen hier doodgemoedereerd rond. En toen gingen we op weg met onze gids. De tocht zou onfgeveer drie uur duren en het voornaamste doel (voor mij en ook voor de gids) was het spotten van de langneusaap. Dit zijn vriendelijke, grote, nogal bleke apen met een rare, grote hangneus (daarom monjet Belanda ofwel Hollandse aap genoemd in de volksmond). Nou, we kwamen heel interessante dieren tegen oponze tocht, maar de monjet Belanda liet zich niet zien, tot grote teleurstelling van de gids. We moesten hem zelfs een beetje opbeuren, want hij kon tenslotte niet effe een blikje Hollandse apen opentrekken.

Next time better, it was interesting, anyhow! And we enjoyed your explanations.

Serawak op Borneo - Kuching

Borneo!

Kuching!

Dit zijn jarenlang magische klanken voor me geweest! Eindelijk is het dan zo ver! Vanuit het vliegtuig, zag ik de kust van Borneo in de diepte liggen. Precies zoals ik het me had voorgesteld! Groen, groen en nog eens groen oerwoud doorsneden door modderbruine rivieren. Dit is Maleisisch Borneo en niet het Indonesisch Borneo, waar kaalslag heeft plaats gevonden, waar het oerwoud is platgebrand en het land is ontbost! Indonesie, dat zo slordig omgaat met zijn natuurlijke rijkdommen! Namen zij maar eens een voorbeeld aan hun buurland Maleisië, waar alles veel beter geregeld is en beter georganiseerd!

Kuching! Wat een verademing na Kuala Lumpur. Het is net zo'n provinciestadje als Ende op Flores, alleen een beetje groter en weidser, met af en toe een hoog gebouw tussen de overwegend vriendelijke bebouwing! En wat een rust! Wat een heerlijke rust na KL, geen horden toeristen, geen kakelende Chinezen, geen schreeuwerige en lawaaierige Indiërs! Heerlijk! Ik voel me weer happy. De stad is heel schilderachtig, afgezien van de moderne nieuwbouw, dan. Er zijn nog heel veel huizen en gebouwen uit de koloniale Britse tijd en de Chinese wijk ademt nog helemaal de sfeer van de 19e eeuw. Er is hier heel veel te zien. Soms is het zelfs moeilijk een keus te maken.

Morgen ga ik een dagtocht maken naar een nationaal park waar zg. neusapen voorkomen. en daarna ga ik een tocht maken van een paar dagen naar de Dajaks, de koppensnellers van Borneo. Ik hoop dat ik het overleef.

Maleisië - Kuala Lumpur

Ik heb al een tijdje niets meer van me laten horen, want ik heb Indonesie inmiddels achter me gelaten. Donderdag 16 februari ben ik vanuit Bali vertrokken naar Kuala Lumpur, ca. 3,5 uur vliegen. Alles (behalve de mensen) lijkt hier wel heel groot te moeten wezen. Op het vliegveld moest je eerst een monorailtrein nemen naar een ander gebouw, om je bagage te kunnen ophalen. Toen een taxi genomen (trein kon ook, maar dat leek me moeilijk als je hier de weg niet kent) naar het hotel dat ik al eerder via Agoda had gereserveerd. Omgerekend 20 euro voor een afstand van 75 km leek me niet veel, dus vooruit dan maar!

De stad maakte een overweldigende indruk. De buitenwijken zagen er keurig netjes uit, geen sloppenwijk te bekennen. Alles zag er verzorgd en goed onderhouden uit en vooral ordelijk, ordelijk, ordelijk. De skyscrapers die begonnen op te doemen, waren prachtig vormgegeven. Het ene gebouw nog hoger en grootser dan het andere, met natuurlijk als absolute hoogtepunt (letterlijk en figuurlijk) de tweelingtorens van Petronas. Je weet niet wat je ziet. Zeer indrukwekkend, deze torens van glas en staal. Ze staan te schitteren en te glanzen in de zon. En dan de winkels in dit stadsdeel: duur, duur en nog eens duur! Onze PCHooftstraat verschrompelt daarbij tot een kneuterig winkelstraatje. Alles wat je hier tegemoet straalt is geld, geld en eens geld. s'Avonds baadt de hele binnenstad in een zee van licht, of het niks kost! Verbaasd vroeg ik me af: waar halen die mensen het vandaan? Kunnen ze dit betalen? Ik dacht dat Maleisie een ontwikkelingsland was! Er wordt hier met geld gesmeten of het niks is! Feestverlichting overal in de bomen en planten. De gebouwen zijn overvloedig verlicht. En alles is schoon, brandschoon! Het lijkt helemaal niet aziatisch. Het was wel effe wennen voor me, ook wat de taal betreft.

De taal is Bahasa Malay, lijkt heel veel op Bahasa Indonesia met af en toe wat kleine verschillen (dacht ik). Dacht ik, want Indonesie en Maleisie hebben een taalunie net zoals Nederland en Belgie, maar wat een verschil! Ik versta er geen woord van. Zelfs lezen is moeilijk. Ze hebben heel veel andere woorden en sommige woorden die ze gemeen hebben, hebben een andere betekenis. De invloed van het Engels is hier heel groot, net zoals de invloed van het Nederlands in Indonesie heel groot is. Bijvoorbeeld ons woordje station is in het indonesisch setasiun (spr uit. setasioen) en hier is het stesen (van het engelse station). Nou ja, ik hou me dan maar aan de veilige kant en spreek gewoon Engels.

Onnodig te vertellen dat ik eindeloos veel gefotografeerd heb. Al die indrukwekkende gebouwen heb ik van alle kanten vastgelegd, de Twintowers, de historische gebouwen, de pleinen, de straten, de parken. Alles is even mooi en smaakvol, nergens wordt het kitscherig behalve een enkele keer in chinatown of little India, maar ja dat hoort erbij. Maar . . . . nu komt het ergste van alles: ik kan jullie die foto's niet laten zien! Ik ben mijn fototoestel kwijt! En ik kan me niet herinneren wanneer ik die voor het laatst had. Het moet ergens bij de Twintowers geweest zijn, want daar heb ik uitgebreid gefotografeerd en toen ik een hele tijd later weer iets anders wilde fotograferen, kon ik dat ding toch nergens vinden! Wel heel jammer, want ik maakte toen een interessante tocht naar de vuurvliegjes, 70 km noordelijk van KL. Eerst heerlijk gedineerd met het groepje (gezellige lui) ergens op een boot. Dat was zo verschrikkelijk mooi bij zonsondergang, dat ik dat moest vastleggen op de foto. Maar, nee dus! Weg toestel, hoe ik ook mijn rugzak ondersteboven haalde, hij waqs weg en bleef weg! Nou ja, toen maar verder gegaan met mijn filmcamera waarmee ik ook foto's kan maken. Ik weet alleen nog niet hoe ik die foto's op de computer kan zetten. En bovendien, de vuurvliegjes kon je toch niet op de foto zetten. Maar het was heel bijzonder. Na het diner verder gereden tot een plek waar we in kleine bootjes stapten. In het pikkedonker werd je naar een plek geroeid waar langs de kant veel mangroven groeiden en daar zag je het ongelooflijke! Duizenden lichtjes die aan en uitfloepten, allemaal mannetjes-vliegjes, die een vrouwtje wilden versieren! Ongelooflijk, een kerstboom was er niks bij! Wat die mannetjes daar toch een energie in steken, onbegrijpelijk!

Nou ja, zo heb ik natuurlijk wel meer dingen gedaan in KL, maar op een gegeven moment (na ongeveer vijf dagen) begon ik het verzadigingspunt te naderen. Ik werd moe van de drukte, voelde me eenzaam tussen deze krioelende menigte mensen, ik werd de mensen een beetje zat! Te veel Chinezen en veel te veel Indiërs. Vooral deze laatsten zijn vreselijk aanwezig; ik begon me aan ze te ergeren en raakte asiansverzadigd. Jammer, want de vrouwen zijn hier heel mooi en aantrekkelijken de mannen niet, precies andersom als in Bali! Maleisie is een moslimland en dat zie heel goed aan het straatbeeld. De vrouwen zijn over het algemeen van top tot teen ingepakt (er zijn er ook genoeg die rondlopen in superstrakke t-shirtjes en hele korte shorts), maar zelfs als ze ingepakt zijn, kunnen ze er nog heel uitdagend bij lopen. Wat het precies is, weet ik niet, maar ze kijken op een bepaalde manier. En de ogen zijn vaak heel mooi opgemaakt, zelfs als ze een 'schaamlapje' voor het gezicht hebben. Nou ja, kortom, ik had genoeg van de drukte, dus ben ik 'm vandaag gesmeerd naar Borneo!

Lombok

Vandaag voor een dag of vijf naar Lombok vertrokken met Achmad. Eerst vanuit Jimbaran naar het noordwesten ca twee uur brommen. Was spannend, want Madje was op Balinog nooit ergens anders geweest dan het strand van Kuta, waar hij surflessen geeft aan jonge Australiers. Ik wist absoluut niet of het wel te doen zou zijn, want als de wegen op Lombok net zo slecht en bochtig waren als op Flores, nou, dan hadden we het nog niet gehad! Het eerste stuk op Bali was een fluitje van een cent. Binnen twee uur hadden we Padangbai bereikt, van waaruit de ferry naar Lombok zou vertrekken. Nou . . . ferry . . . de overtocht duurde vijf volle uren, afhankelijk van het weer! Op zee kreeg ik het koud. het regende en hetwas grijs en mistig. Met spijt dacht ik aan mijn trainingsjasje dat thuis lagin de kast in Jimbaran. En dus zocht ik een plekje op waar het minder koud en winderig was. Was wel leuk, want ik raakte in gesprek met een oostenrijks stel. Die zou je hier toch ook niet verwachten? Ik zou zeggen, ga lekker skieen in de bergen van Oostenrijk!

Toen we aanmeerden in Lombok was het al donker, dus ik zei tegen Achmad 'laten we maar een hotel opzoeken!' Hij zei op z'nIndonesisch 'ja' maar deed 'nee', sprong op de brommer en scheurde er op los. In het donker!! Ik moest me gewoon tegen hem aanklemmen om er niet af te vallen! Jezus, wat een coureur! En dat terwijl je er heg nog steg kent! Het enige wat ik voorbij zag flitsen (om de 50 m) was een moskee, schaars verlicht en met een menigte biddende mensen (vrouwen apart, mannen apart, zelfs in de gebedshuizen worden ze samen niet vertrouwd). Na 1,5 uur scheuren kwamen we aan op de plaats van bestemming: Senggigi. Eerst ff eten en dan gauw een onderkomen zoeken. Nou, dat valt dus niet mee in het donker. Wel overal bars, disco´s, restaurants, winkels enduur ogende hotels, maar nauwelijks iets waarvan ik dacht dat hetredelijk geprijsd zou zijn.Dus, toen ik een guesthouse zag, liet Achmad stoppen met de bedoeling om even te verkennen hoe het eruit zag en hoe de prijzen lagen! Nou, het was heel mooi, maar de prijzen waren er ook naar. Toch maar gedaan, want ik verkeerde in hoge nood!. De volgende dag bleek het in de zijstraatjes te barsten van de goedkope onderkomens en homestays! Maar het strand was geweldig! Spierwit zand, schoon en nauwelijks toeristen. Het water was kristal helder en natuurlijk aangenaam warm.

Na Senggigi (noordwest Lombok) reden we naar het zuiden. Met de ervaring van Flores nog in het achterhoofd, schatte ik de reistijd op vier uur. Nee, dus! In nog geen twee en een half uur waren we er. En ook hier weer: paradijselijk mooi. Spierwitte stranden, weinig toeristen, rust en ruimte in overvloed, geen hoogbouw, geen files en last but not least ontzettend leuke guesthouses tegen zeer redelijke prijzen. De omgeving is nog maagdelijk, de samenleving authentiek, de natuur ongerept. Dit is wat ik zoek! Oordeel zelf maar aan de hand van de foto's.

Toevallig waren we er op de dag dat er een groot Lomboks volksfeest werd gevierd. Volgens een legende heeft zich ooit een prinses van de rotsen in zee gestort, omdat zeEEN moest kiezenuit vier haar minnaars. Het arme meisje kon niet kiezen, ze vond ze alle vier even mooi en lief en dus stortte ze zich uit wanhoop in zee, nadat ze eerst plechtig beloofd had een keer per jaar op deze plaats terug te keren als een zeeworm. En inderdaad, een keer per jaar wemelt het hier op deze plaats s'nachtsvan de zeewormen. De bevolking van Lombok loopt dan uit met schepnetjes en zaklantaarns om bakken vol zeewormen te vangen. Deze worden beschouwd als een delicatesse, gefrituurd, geroosterd of gewoon in een of ander gerecht klaar gemaakt. Madje heeft er manmoedig van gegeten (zie foto). Ik heb een minuscuul hapje van hem geproefd en ik griezel nog bij de gedachte! Brrrrr!!! Maar verder is het wel leuk, want er worden allerlei festiviteiten om heen georganiseerd, zoals woeste vechtpartijen tussen rivaliserende mannen, paarden races voor jongens van een jaar of 10 en nog veelmeer. Die paardenraces waren heel bijzonder, want die jongens zaten te paard zonder zadel, zonder stijgbeugels en zonder leidsels.... Ze klemden zich gewoon vast aan het paard en gingen er met een rotgang vandoor. En s´nachts om drie uur werd het verhaal van prinses Mandalike aan het strand opgevoerd. Natuurlijk hadden we er heen willen gaan, maar helaas .... we hadden dwars door de wekker heen geslapen. Dus, helaas geen prinses gezien met haar vier minnaars!