Ende
Ik heb het al eerder verteld, Ende is de hoofdplaats van Flores. Het is een vriendelijk rustig stadje, waar een oudcollega van mij (Piet Boomsma) als kind gewoond heeft. Speciaal voor hem had ik al wat eerder lukraakeen paarfoto's gemaakt bij binnenkomst van het stadje, maar later kreeg ik volop gelegenheid om wat meer te fotograferen, dankzij de luchtvaartmaatschappij TransNusa, waarmee ik eigenlijk dezelfde dag nog zou terugvliegen.
Wat was nl. het geval? Ze hadden de vlucht van 15.00 uur vervroegd naar 8.uur. Nou, dat kon ik onmogelijk halen, want toen was ik nog onderweg van Kelimutu naar het hotel in Moni. En Ende ligt daar nog 1,5 uur rijden vandaan (met doodsverachting rijden, dan he!). Dus, toen we in Ende waren ging ik op hoge poten naar het kantoor van TransNusa: wat dan wel de reden was van de verandering van het tijdstip van vertrek? Nou ja, de wind stond verkeerd en daardoor kon het toestel niet opstijgen!!!!! Heb je ooit zoiets gehoord???? Ik moest dus nog een nachtje blijven, op kosten van TransNusa natuurlijk! Nou, het hotel dat ik van ze kreeg was hartstikke leuk en helemaal niet duur. Maar ik was best in mijn nopjes! Ik had dus een extra dag om het stadje te verkennen. Hartstikke leuk! Alleen hoe beweeg je je voort in een stadje zonder taxi's? Te voet dus!! Onderweg werd ik steeds maar aangeklampt door jonge kerels, die iets van me wilden, maar ik wist niet wat! Ik vond het wel spannend, maar na de zoveelste keer aangesproken te zijn, kreeg ik een vermoeden: misschien waren het wel brommertaxi's zoals in Thailand. Alleen waren dit gewoon jongelui met T-shirtjes zonder vestjes zoals inTHL, dus toen ik vroeg of zij inderdaad brommertaxi's waren, keken ze me niet begrijpend aan. In de verwarring schoot mijn Bahasa Indonesia tekort en een beetje beschaamd dook ik een restaurant in. Daar werd ik herkend door een paar jongelui, die me al eerder met Mance in dit restaurant gezien hadden. We maakten een praatje en toen vertelde ik hun over die jongens. Nou, toen werd het duidelijk: dat was ojek (spreek uit oodjek), dat waren dus inderdaad jongens, die transport aanboden achter op hun brommertje! Je hoefde maar in je handen te klappen en ze kwamen toegestroomd. Heerlijk!! ik in mijn handen klappen en 'Naik saja' (naik sadja = klim maar achterop). Zo heb ik een hele toer door de stadgemaakt achter op de brommer, frisse wind om me heen en een knul die af en toe iets zei wat ik toch niet verstond. En dat voor twintig cent omgerekend.! Dus Piet, ik heb een heleboel foto's voor je kunnen maken. Ik zal ze allemaal plaatsen, dan kan je ze naar wens downloaden.
Kelimutu
Belangrijkste attractie van deze omgeving zijn de drie kratermeren, gelegen op een hoogte van ca 2000m. Het zijn hele diepe meren (60 tot 120m diep), waarvan het water regelmatig verkleurt.. De kleuren van de drie meren zijn ook alle verschillend van zwart tot donkerbruin en van licht groen tot diep donkerblauw. Bovendien veranderen de kleuren per meerook nog regelmatig. Wanneerdat plaats vindtis niet te voorspellen, soms gaat het langzaam, soms gaat het heel snel.
Kelimutu ligt ongeveer 50 km voorbij de hoofdplaats Ende, een kleine rustige provinciestad. De bedoeling was om hier te gaan lunchen, maar door de bochtige wegen en doordat we regelmatig uitstapten om een en ander te bekijken, waren we er niet eerder dan 4 uur in de middag. Dat werd dus een late lunch. Na de lunch nog 2,5 uur rijden naar Moni op de helling van de Kelimutu, vanwaaruit de meeste tochten s' morgens vroeg vertrekken. Ik had gehoord over een missionarissenklooster in de buurt, waar je kon overnachten en dat leek me nou eens heel erg interessant om te doen. Helaas, toen we er langs reden was het al donker en de chauffeur Mance oftewel Mantje (later vertel ik jullie iets meer over de Bahasa Indonesia en de spellingwijze), stelde voor direct door te rijden naar een hotel in Moni. Ik stemde toe, maar later begreep ik waarom hij dit voorstelde! Hijzelf kreeg er nl. een gratis overnachting, dus het geld dat hij daarvoor had meegekregen, stak hij in zijn zak! Het hotel vond ik lousy en bovendien veel te duur! Ze vroegen rp. 300.000 (U$ 30,-), terwijl de kamers er niet uit zagen, de warmwatervoorziening niet werkte en de boel er nogal shabby uitzag. Echt een beetje veel aggenebbis! Ik was woest en kreeg met moeite de prijs omlaag tot $25,- (nog veel te veel). Later zakte mijn boosheid, toen Mance mij vertelde dat hij van een maandsalaris van omgerekend $40,- moest toekomen. En dat voor een gezin met twee kinderen! Toch ga ik mijn beklag indienen bij Jack, want in het klooster bij de missionarissen bleek het bij een later bezoek mooi en schoon te zijn en voor een VIP-room betaal je er slechts $17,50. Enfin, genoeg gemopperd.
De tocht naar de kraters begonnen we om 4 uur in de ochtend. De bedoeling was om ook de zonsopgang te zien, maar in dit seizoen valt daarvan meestal weinig te zien. Dat wist ik vooruit, maar Mance was niet van de gewoonte af te brengen, dus met m'n slaperige kop nog 1,5 uur in de auto haarspeldbochten draaien en daarna te voet verder. Tegen zes uur bereikten we de top, het was nog half donker, maar toch al een magnifiek gezicht: de bergtoppen waarboven de zon begon op te stijgen,hoewel meerendeelsverborgen achter de wolken. In de diepte lagen de kratermeren met verschilende kleuren geheimzinnigte glanzen in het halfduister. En toen de zon eindelijk boven de bergtoppen uit scheen, zag jet het ongelooflijke schouwspel van de verschillend gekleurde kratermeren. De een was diep donkerblauw tot bijna zwart, De tweede was licht groen en de derde donkergroen tot blauw. Ook de kleur rood is wel eens voorgekomen. Onnodig te vertellen dat de plaatselijke bevolking hier mystieke krachten aan toe schrijven. Hoe het ook zij, het was een indrukwekkend gezicht. Behalve Mance en ik was er nog een Frans echtpaar en verder geen andere toeristen. Mance vertelde me dat het er in het hoogseizoen een drukte van belang is met toeristenuit alle windstreken. Was ik even blij, dat het nu laagseizoen was. Ik moest er niet aan denken: allemaal taterende toeristen rondom, het leek me heiligschennis!
overland tour
Ik zal me moeten beperken, want mijn verhaal wordt te lang en wordt jullie misschien te veel. Maar ja, ik kan het schrijven niet laten, dus Alee!
Aan het eide van de middag, toen ik terugkwam in het hotel, wilde Jack me nog een rondleiding geven door Labuan Bajo. Maar ik was moe en voldaan en wilde liever even op verhaal komen in het zwembad. Lekker een beetje kletsen met andere gasten (Canadezen). 's-Avonds afscheidsdineetje met Alexander in hetzelfde restaurant waar ik de eerste keer was, prachtig uitzicht over de nachtelijke haven, life music op de achtergrond (hoeft niet van mij).
Volgende dag vroeg op pad met chauffeur Mantje (schrijf: Mance), die nauwelijks engels spreekt en mijn Bahasa nauwelijk verstaat of wil verstaan. Moeilijke communicatie dus. Flores is een langgerekt eiland met een totlae lengte van 360km (Den Helder - Maastricht ??). Mijn toer besloeg 2/3 van deze afstand, dus ca 240 km, met de hoofdplaats Ende als eindpunt. Ooit had ik gedacht dit met het brommertje te kunnen doen. Forget it...!!! Naieve gedachte!! Met de auto bleek het twee dagen reizen te zijn! De wegen zijn smal, zeer steil en hele stukken zijn zeer slecht. Gaten en hobbels, landslidings die de wegen blokkeren, en bovendien in de bergen grimmig weer! Mistig, regen en duisternis. Alles bij elkaar maakt dat je zelfs met de auto moet beschikken over een zeer ervaren enbovenal handigechauffeur, want behalve de genoemde gaten en hobbels, moet je ook nog rekening houden met geiten, karbouwen, honden, varkens en overstekende apen. Het eerste stukdat we aflegden naar een plaatsje Ruteng geheten, was een steile klim naar 1600 m hoogte. Haarspeld na haarspeldbocht, ik werd er helemaal ziek en draaierig van. Misschien een afstandje van 50 km. We deden er een halve dag over. Vanuit Ruteng een steile afdaling naar de kust met al weer talloze haarspeldbochten. Toen weer een steile klim naar de plaats Bajawa, 60 km verder, waar we tegen de avond arriveerden. Ik, ziek enduizelig van het draaien ondanks de vele onderbrekingen onderweg om bezienswaardigheden te zien. Maar ook intevreden. Ik heb prachtige landschappen gezien onderweg. Flores is zeer bergachtig, diepe dalen en hoge bergruggenwisselen elkaar af. Machtige vulkanen met de top in de wolken, af en toe een panorama met de schitterend blauwe zee op de achtergrond. En dan nu in Bajawa, een bergdorpje op 1200 m hoogte, koel en fris als de Hollandse zomer. En hier maakte ik kennis met . . . . . . een Hollandse vrouw, die het plan heeft opgevat zich hier te gaan vestigen. Kortom, het was een leuke ontmoeting en we hebben gezellig samen gedineerd in een eenvoudig restaurantje. Ze bracht me incontact met een plaatselijke gids Theo. Deze heeft me de volgende dag vergezeld bij een bezoek aan een traditioneel dorp, zoals er nog enkele bestaan op Flores. De meeste echter liggen zo ge'isoleerd, dat ze niet te bezoeken zijn voor toeristen of het zou moeten zijn voor te voet langstrekkende toeristen tijdens hun trektocht. Theo wist me verschrikkelijk veel te vertellen over Flores, zoals o.a. dat er hier dertien verschillende talen worden gesproken, dat er hier gemeenschappen zijn van verschillende etnische afkomst en dat de traditionele stammen, waarvan we de dorpen gaan bezoeken een kaste systeem kennen, waarbij het streng verboden is buiten je eigen kaste te huwen op straffe van uitstoting. Ook is hun samenleving gebaseerd op het matriarchaat, waarbij de oudste dochter hoofd van de familie is, alle tradities binnen de gemeenschap beschermt en dient te laten nakomen en in het ouderlijk huis blijft wonen binnen het dorp. De andere kinderen binnen de familie zijn vrij buiten het dorp te gaan wonen, doch de band met het ouderlijk huis en dus de oudste dochter blijft streng gehandhaafd. Konsekwentie is, dat een dergelijk dorp nooit meer huizen kan bevatten dan er per trraditie zijn. Zoals bijvoorbeeld het eerste dorp dat we bezochten, bestond van oudsher uit 15 huizen en zal uitnooit meer dan 15 huizen bestaan in de toekomst. Somsbij bruiloften of begravenissen of wel andere ceremoniele gebeurtenissen, wordt er een groot feest georganiseerd bestaande uit traditionele ceremonieen en riten. Dan worden erdansen enceremonien voltrokken. Familie, vrienden, bezoekers en toeristen van heinde en ver komen dan toestromen om dit bij te wonen. Heel bijzonder.
Komodo varanen
De volgende dag om zes uur opgestaan. Prachtige dag, bijna windstil, spiegelgladde zee, een paar wolkjes in de verte. Dit beloofde fantastisch te worden!Tijdens het ontbijt voeren we naar Rinca, volgens insiders een mooier eilandmet varanen dan Komodo-island. Beide eilanden behoren tot nationaal park, vroeger beheerd door het WNF, nu door Indonesisch natuurbeheer.We werden verwelkomd door een ranger van het park, de bedoeling was om een trektocht van 2,5 uur door het gebied te maken. De rangers zijn de natuurbeheerders van het park, die elkaar om de 10 dagen aflossen. Zijbivakkeren in het gebied in hutten op palen, om te voorkomen dat de varanen de hut binnen komen op zoek naar prooi. Voordast je zo'n trektocht maakt, krijg je eerst een beetje voorlichting over deze dieren en daarnaaantal instructies.Zo mag je bijvoorbeeld geen roodgekleurde kleding aan hebben (kleur van bloed) en worden vrouwen die ongesteld zijn niet toegelaten. De varanen komen nl. op de geur van bloed af en worden dan aggressief en gevaarlijk! Nou ja, ik had geen rood T-shirt aan enwas gelukkig niet ongesteld, dus ik mocht verder! We gingen op weg, de ranger en ik. Hij wapende zich met een lange stok met aan het einde een vertakking in de vorm van een vork. Dat was om de varanen indien nodig op een afstand te houden. Het enige waar zij respect voor hebben, omdat ze de vorm van hun tong heeft (ook vertakt). Er is heel veel over deze dieren te vertellen, maar dat ga ik niet doen, anders wordt dit verhaal te lang. Af en toe kwamen we er een tegen. Dan moesten we langzaam en behoedzaam bewegen, afstand bewaren en goed opletten wat de varaan van plan was. Maar ook als je ze niet zag, moest je goed opletten, want ze lijken gewoon op een omgevallen boomstam, liggen doodstil op hun prooi te wachten en kunnen dan ineens onverwacht snel toeslaan. Hun beet is uitermate giftig, werkt langzaam maar zeer effectief. Hun prooi bestaat uit ander groot wild in de jungle, zoals wilde paarden, buffels, herten, apen en ook mensen. Ik was bijzonder onder de indruk van hun bijna mytische verschijning. Ik vergat alles om mij heen, behalve deze prachtige dieren. Ik voelde niet dat het was gaan regenen en niet zo'n klein beetje ook! Ik had het verkeerde schoeisel aan (open sandalen) en de verkeerde kleren. Ik had mijn gesloten schoenen en mijn regencape op Bali achtergelaten, maar het deerde me niet. Uiteindelijk begon het zo hard te stortregenen, dat de ranger besloot de tocht te staken. Het terrein werd te glibberig, te gevaarlijk! Maar ik was voldaan! Ik had ze gezien, alleen . . . . . . . ik heb geen foto's gemaakt, want mijn batterij was leeg! Ik kan jullie dus helaas geen foto's laten zien, maar ik heb wel gefilmd.
Dus, wie geinteresseerd is, die melde zich voor een avondje film!
weg van Bali
Eindelijk gaat mijn langgekoesterde wens in vervulling! Ik stapte in het vliegtuig op weg naar de Komodovaranen. In mijn jeugdige overmoed had ik gedacht deze reis te kunnen maken door op mijn brommertje te stappen en eventjes te gaan eilandhoppen: vanuit Bali naar Lombok, dan Soembawa een vervolgens naar Flores om vandaaruit naar de eilanden te gaan waar deze dinosaurussen leven. Nou, iedereen die het weten kon heeft me datafgeraden en ik heb het later ook zelf gezien. Wat een naiveling was ik!
Vanuit de lucht kon ik het al zien toen we boven Flores vlogen: deze omgeving moet prachtig zijn.En dat was het ook! We landden in Labuan Bajo op de uiterste westpunt van Flores. De uitzichten op weg naar het hotel waren adembenemend! Een azuurblauwe zee, eilanden verstrooid voor de kust, boten en bootjes dobberend op het water. Ongelooflijk mooi. Later moest ik het mezelf nog vele malen bekennen: Bali zinkt hierbij in het niet! Dit is werkelijk paradijselijk!. De accu is leeg, dus ik moet onderbreken,maar ga morgen verder.
Bij de uitgang van het vliegveld stonden enkele afhalers klaar waaromder ook een paar freelance travelagents. Ik werd opgevagen door een van hen, ik moest tenslotte transport hebben en taxis zoals op Bali kennen ze hier niet. Dus gaf ik het adres van het reeds geboekt hotel op. De rit er heen was een openbaring voor me. We klommen omhoog tegen de heuvels op, de uitzichten waren breathtaking and last but not least: we konden gewoon doorrijden, geen files, geen vastzittend verkeer, geen tuterende brommers die overal tussendoor kropen, geen spookrijders. In een woord: WAUW!!!
Mijn prive travelagent bracht me eerst naar een restaurant met uitzicht over de zee en de eilanden. Hij legde me een programma voor voor de komende dagen, maar ik had alleen aandacht voor het paradijselijke uitzicht. Niet te geloven, dat ik dit mocht meemaken. Jammer, dat Rietje dit gemist heeft 37 jaar geleden toen we in Indonesie waren, maar ja, de kinderen waren toen te klein om deze reis te maken. Het programma dat ik aangeboden kreeg, bestond uit twee dagen op zee varen, waarbij de varaneneilanden Rinca en Komodo zouden worden aangedaan en ook nog andere eilanden. Naar later bleek werkelijke Bounty-eilanden met smetteloos witte zandstranden. Stranden die je voor jou alleen had, die je niet hoefde te delen met andere toeristen, noch met verkopers van etenswaren en toeristische rotzooi, zonder beheerders van strandstoelen die je probeerden hun ligstoel aan te smeren voor westerse prijzen. Kortom, dit is Indonesie zoals Indonesie hoort te zijn. Dit is geen Bali, die volledig verpest is door het toerisme.
Het hotel was ook al een verrassing. Prachtig gelegen, hoog in de heuvels met uitzicht op de zee, kleinschalig en tot mijn verrassing . . . . . . . geleid door een jonge Nederlandse vrouw, getrouwd met een Floressiaan (zeg je dat zo?)! Om een uur of drie in de middag ging ik aan boord. Stel je voor: een hele boot met bemanning (een schipper met twee zoons) voor mij alleen! Een vloeiend engels sprekende gids voor mij alleen! Onnodig te zeggen dat ik genoot van iedere minuut op het water, af en toe deden we een eiland aan waar ik kon zwemmen en snorkelen. Maar dat laatste is niet aan mij besteed. De vissen en de koralen waren betoverend mooi, daar gaat niets van af, maar na vijf minuten onder water kreeg ik het (mentaal) spaans benauwd waardoor ik de techniek van het ademhalenmet de snorkelvergat en in paniek raakte. Dus maar gewoon zwemmen en zonnen, da's voor mij genoeg. Een enkele keer passeerden we een andere boot met toeristen of we ontmoetten ze op een strandje ergens op een eiland, dan was het natuurlijk zwaaien of een praatje maken als er gelegenheid voor was. Opvallend veel Fransen en (natuurlijk) Nederlanders. Tegen een uur of zes legden we aan voor de kust van een eiland met mangrove-bossen waar duizenden vliegende honden (hele grote vleermuizen met hondenkoppen) nestelen. Alsof we het met ze hadden afgesproken: kwart over zes vlogen ze met honderdenuit naar Flores, op zoek naar voedsel. Toen de duisternis inviel, werd de maaltijd voor mijn gids (Alexander) en mij op tafel gezet: witte rijst, vers gevangen (gebraden) vis, groente, vlees, tempeh en tahoe. Wat kan een mens nog meer verlangen? Deze plek moet geheim blijven voor andere toeristen, anders verwordt het net als Bali tot een kermis van massatoerisme! Niet verder vertellen, dus! Okay?
Trouwens wat de bevolking betreft: ze zien er anders uit dan de Javaan of de Balinees. Ze zijn donkerder, hebben scherpere trekken, een beetje kroezig haar, ze zijn langer en slanker en bewegen zich anders. Verder is 85 % van hen katholiek en hebben westerse namen, zoals Alexander, Jack (mijn toeroperator), Mantje (mijn chauffeur, jaja) en ook mijn hulp op Bali die hiervandaan komt (Shirley) en later mijn andere gids Theo.
Na het eten kregen we vers fruit voorgeschoteld en nadat Alexander en ik nog wat napraatten, gingen we de nacht in. Diepe duisternis rondom, immense stilte behalve dan het klotsen van de golven tegen de boot.
Bali heeft ook zijn goede kanten
Gisteren bezoek gehad van een echtpaar, dat ik heb leren kennen op de Japanreis. Ik had ze nog willen overhalen om met me mee te gaan naar Rinca en Komodo, maar het leek hun te vermoeiend. Ze logeren in een knots van een hotel in Sanur en waren nog niet eerder in Jimbaran geweest. Nou, ik heb eerst een heleboel fruit op de pasar gehaald (o.a. ook doerian, die heelrijke stinkvrucht met het romige zacht en blanke vruchtvlees) en heb ze daar heerlijk van laten smullen. Daarna zijn we naar het strand van Jimbaran gegaan om te gaan eten. De strandtentjes zetten dan alle tafels op het strand en je hebt eenenorme keusaan geBBQ-ed zeebanket. Ze vonden het geweldig mooi (was het ook). Prachtige zonsondergang, gezellige zitjes overal, veel lokale bevolking en af en toe wat toeristen ertussendoor, niet zoals in Kuta of Sanur waar je alleen blanke toeristen treft in dit soort gelegenheden en waar de prijzen er dan ook naar zijn. Het was een heel andere kant van Bali die ik ze heb laten zien. In de verte zagen we de vliegtuigen af en aan opstijgen vanaf de landingsbaan die zich in zee uitstrekt. Gelukkig ver genoeg weg om geen last te hebben van het lawaai. Het was een fabelachtig gezicht, maar je kon goed zien, hoe druk Bali belast wordt door het toerisme. Bijna elke minuut (of misschien wel met kortere tussenpozen) steeg een vliegtuig op. Landingen konden we niet zien, want dat vond plaats achter de heuvels.
Eergisteren ook mijn rondreis geboekt. 2 februari vertrek ik naar Flores en 6 februari kom ik terug. Ik hoop dat het inderdaad is wat ik me heb voorgesteld. Ik logeer ergens in de westpunt van Flores om van daaruit mijn excursies naar de Komodovaranen te regelen. Daarna ga ik naar centraal Flores en hoop te kunnen logeren bij de missionarissen in een klooster ergens in de bergen. Ben benieuwd, stuur dan wel weer bericht.
Intussen loop ik rond met de brandblaren op mijn armen. Op de brommer merk je niet hoe de zon op je blote armen brandt. Het gevolg is, dat mijn tere winterhuid nu afschuwelijk zeer doet vanwege verbranding door de zon. Ik moest altijd een beetje lachen als ikde mensen hier op de brommer zag zitten, ingepakt in jassen met lange mouwen en soms zelfs nog met handschoenen aan. Nu snap ik waarom. Gelukkig is hier op Bali overal niveacreme te koop, dus nu loop ik de hele dag te smeren. Je moet alleen uitkijken dat je wel de juiste creme koopt, want hier op Bali zijn ze net als in Thailand gek op whitening cremes!
Vandaag heeft Shirly (de hulp voor dag en nacht) mijn brommer gewassen, omdat die onder het slijk zat. Nu lijkt ieweer als nieuw. Eigenlijk had ik het zelf willen doen, maar dat is hoogst ongebruikelijk hier. Nicht Joyce en Shirly zelf ook, leken wel geschokt door het idee dat ik dat zelf zou doen. Nee, dus! Komt niks van in! Na mijn terugkeer in NL zal ik wel helemaal verpest zijn, want ik doe hier geen fluit. Zelfskoffie of thee zetten hoeft niet, pilsje inschenkenalles wordt gedaan. 's-morgens is de tafel gedekt en hoef ik alleen aan te schuiven. S'avonds idem dito. Mijn lunch scharrel ik meestal ergens langs het strand op. Dat vind ik gezellig en dan kom ik nog eens ergens.
Vandaag de brommer verkocht voor 12 miljoen. Ik loop nu dus rond met miljoenen op zak. Nu weet ik hoe het voelt om miljoenair te zijn. Een beetje angstig gevoel, omdat je steeds op je quivive moet zijn om het niet te verliezen!
dippie
Gisteren naar het vliegveld geweest om de tarieven te bekijken voor mijn bestemming op het eiland Flores, vanwaar ik naar het eiland Rinca wil waar de komodovaranen leven. Het was een gekkenhuis! Het lijkt wel of de hele wereld op drift geraakt is. na veel moeite vond ikeindelijk wat ik zocht: een hele rits van loketten en loketjes van misschien wel 20 luchtvaartmaatschappijen. De prijzen voor een enkele reis liepen uiteen van (omgerekend) 50 to 100 u$. En niemand die uit kon leggen waar dat idiote verschil in zat. Enfin, ik schreef de prijzen en de bijbehorende maatschappijen op en zocht een terrasje op. Nou, toen had ik het helemaal gehad! Drommen en nog eens drommen toeristen uit alle delen van de wereld trokken mijn tafeltje voorbij, vliegtuiglading na vliegtuiglading! Verder een heidens kabaal van verkeersregelaars, die met snerpende fluitjes het verkeer in goede banen trachtten te leiden en tot overmaat van ramp knetterharde muziek uit schallende luidsprekers!! Ik zag Bali bezwijken onder de last van zo veel toeristen. Bali is Bali niet meer en ik dacht: wegwezen hier en wel zo snel mogelijk!! En dat noemen ze hier dan ' low season' .
Daarna naar het strand van Kuta gereden, waar ik mijn surfinstructeurtje van vorig jaar op zocht. Hij was er nog steeds, herkende me en begroette me enthousiast Samen een lekker pilsje gedronken (hij is nb. moslim voor wie alcohol streng verboden is) en een beetje in een strandstoel geluierd. De zee was te ruig om te kunnen zwemmen. Veel te hoge golven en veel te harde wind, maar gelukkig droog in tegenstelling tot voorgaande dagen.
Thuis gekomen kwam ik helemaal bij. Heerlijk wat een rust In het schooltje tegenover mijn huiswerd les gegeven in Balinese dansen door een leraar. Ik ging erheen om te filmen en te fotograferen. Ik bleef zitten tot het donker werd. Ik genoot van de gamelan muziek, de kindertjes die vreselijk hun best deden en de leraar die op een fantastische manierbewoog op de muziek. Hier hervond ik mezelf weer. Mijn dip was over en de foto's zal ik plaatse, zodat jullie kunnen zien waar ik van genoot.
druk, druk, druk
Ik zit hier nu bijna een week enheb eigenlijk nog niets anders gedaan dan alleen getracht mijn spulletjes aan de man te brengen. Valt allemaal nog niet mee, hoor. Er is genoeg belangstelling, alleen moeten we wel tot elkaar komen wat de prijs betreft. Voor mijn motor heb ik voldoende liefhebbers, maar de prijs is nog niet helemaal wat ik me voorgesteld heb. Maar ik moet opschieten, want 4 februari loopt de belasting af en dan zou ik weer voor een jaar moeten betalen! En dat doe ik dus niet! Per konsekwentie moet ik hem dus voor 4 februari verkocht hebben. Met een beetje pijn in het hart neem ik afscheid van mijn Honda, ik ben er al een beetje me vergroeid geraakt, hoewel ik nog steeds niet kan wennen aan dat krankzinnige verkeer hier. Ik word aan alle kanten gierend ingehaald, links en rechts en als het kon ook nog van boven en beneden. Dan moet je ook nog op de kuilen in de weg letten en als je effe een andere kant uit kijkt, bots je bijna frontaal tegen een spookrijder op. Het lijkt wel of ze hier geen verkeersregels kennen, want iedereen doet maar wat, net zo het uitkomt. Vandaag op weg naar Sanur (een uurtje rijden van Jimbaran af), dacht ik me ook maar aangepast te moeten gedragen en reed door een oranje stoplicht op een gigantisch kruispunt (ik geloof dat daar 5 wegen bij elkaar komen). En ja hoor, midden op dat kruispunt zag ik ineens het verkeervan alle kanten op mij afstuiven. Om brommers en auto's te ontwijken haalde ik allerlei rare kapriolen uit .... en met succes!! Ik had het vege lijf gered en draaide nu rustigde inrit van KFC (Kentucky Fried Chicken)op. Achter mij werd getoeterd door een andere motor en ik dacht nog 'rot toch op!' toen ik tot mijn grote schrik zag, dat het een politieagent was. Hij grijsde breed, zo van 'kip, ik heb je! Mij ontsnap je niet!' Heel vriendelijk vroeg hij mij in het Engels 'was dat niet gevaarlijk?' Ik wist niet hoe hard ik slijmen moest, maar wat ik ookaanvoerde ter verontschuldiging, hij vroeg onverbiddelijk om mijn papieren. Nou ja, toen viel ik door de mand! De juist papieren had ik niet. Ik had vergeten een internationaal rijbewijs aan te vragen bij de ANWB. Dus, toen werd de bekeuring uitgeschreven voor een dubbele overtreding: rijden door rood en rijden zonder rijbewijs! keurig liet hij me in de papieren zien waar dat op neer kwam: twee keer een half miljoen, 100 dollar dus! Ijverig begon hij de bekeuring uit te schrijven en toen hij naar mijn geboorteplaats vroeg en ik hem antwoordde 'Soerabaia' veranderde hij ineens. Van Engels schakelde hij over op Indonesisch, vroeg me hoe lang ik hier al zat, wat ik hier deed, of ik hier nog familie had etc etc. Ik begonn al een beetje te voelen waar hij naar toe wilde, dus toen hij me vroeg waar ik de boete wilde betalen, hier bij hem of op het gerechtshof, antwoordde ik'hier natuurlijk, dat is toch veel makkelijker!' Nou, toen mocht ik dus 600.000Rp betalen ipv een miljoen! Bingo!!! Een maandsalaris stak hij zo in zijn zak!!!!!
This is Indonesia!!!!